Overslaan naar inhoud

 Kunst&Poëzie

 April 2026

 

Musée des Beaux Arts




Wat het lijden betreft vergisten zij zich nooit, 
de Oude Meesters: hoe goed begrepen zij
zijn menselijke rang; hoe het plaatsheeft
terwijl iemand anders aan het eten is of een raam opent of net traag voorbijloopt;
hoe, terwijl de oudere mensen eerbiedig, vol hartstocht
op de wonderbaarlijke geboorte wachten, er altijd
kinderen zijn die niet wilden dat het gebeurde, schaatsend op een vijver aan de rand van het bos;
zij vergaten nooit 
dat zelfs het verschrikkelijke martelaarschap zich moet voltrekken ergens in een hoek, op een rommelige plek
waar de honden doorgaan met hun hondse leven en het paard van de beul zijn onschuldige billen schurkt aan een boom.
Op Bruegels Icarus, bijvoorbeeld: zoals alles zich
op zijn dode gemak van de ramp afkeert; de man achter de ploeg zou de plons gehoord kunnen hebben,
de verloren kreet, maar voor hem was het geen
belangrijk fiasco; de zon scheen
zoals het moest op de witte benen die verdwenen in het groene water; en het kostbare, fragiele schip dat iets merkwaardigs gezien moet hebben,
een jongen die uit de hemel viel,
moest ergens heen en zeilde rustig door.


W.H. Auden - vertaling: J. Bernlef



i




Pieter Bruegel de Oude - De val van Icarus